Bestel deze publicatie
annuleerbestel

De relativiteit van wettelijke normen

De relativiteit van wettelijke normen
  • Jaar van uitgave 2016
  • 368 pagina's
Auteur:P.W. den Hollander
Reeks:E.M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk Onderzoek (deel 262)
Rubriek: Juridisch Algemeen
Icon_printbook 978‐94‐6290‐235‐0 | paperback | 1e druk | € 70,50

Geen verplichting tot schadevergoeding bestaat, wanneer de geschonden norm niet strekt tot bescherming tegen de schade zoals de benadeelde die heeft geleden (ar tikel 6:163 BW). Maar hoe zou de rechter de relativiteit van een wettelijke norm moeten vaststellen? De meningen over de rechtspraak van de Hoge Raad zijn verdeeld. Volgens sommigen maakt hij met zijn relativiteitsoordeel in zaken als Duwbak Linda, Iraanse vluchteling en de hangmatzaak bedenkelijke ‘rechtspolitieke’ keuzes, waarmee hij de aangesproken overheid ten onrechte uit de wind houdt. Keuzes bovendien die de rechter aan de wetgever zou moeten laten. Anderen menen dat de Hoge Raad met die eigen keuzes juist precies doet waar voor het relativiteitsvereiste is bedoeld: het afbakenen van de reikwijdte van aansprakelijkheid.
Dit proefschrift is een poging een samenhangende visie te ontwikkelen op de definitie en ratio van het relativiteitsvereiste en de toets aan dit vereiste bij wettelijke normen. Sluitstuk van deze visie is een model voor deze toets. Daarin staat het institutionele perspectief van de legitimiteit van het relativiteitsoordeel in het licht van de verhouding van de rechter tot de wetgever voorop. Aan de vraag in welke gevallen de rechter zou moeten oordelen dat wel of juist niet aan het relativiteitsvereiste is voldaan, gaat immers de vraag vooraf of en in hoeverre het aan hem is om dat te bepalen of aan de wetgever. Met dit model als ijkpunt wordt ver volgens onderzocht of alle kritiek op de rechtspraak terecht is en de rechtspraak bijstelling behoeft, of dat de rechter doet wat van hem mag worden verwacht, zoals de bijval wil. Ook de rechtspraak over de relativiteit van wettelijke normen van de Afdeling, in zaken van schadevergoeding voor een onrechtmatig besluit, komt daarbij aan bod.