Bestel deze publicatie
annuleerbestel

De impact van het vennootschappelijk belang: machtsverhoudingen, verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid

De impact van het vennootschappelijk belang: machtsverhoudingen, verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid
  • Jaar van uitgave 2018
  • 76 pagina's
Auteur:Kid Schwarz
Reeks:Erasmus Law Lectures (deel 45)
Rubriek: Juridisch Ondernemingsrecht
Icon_printbook 978‐94‐6290‐473‐6 | paperback | 1e druk | € 25,00
Icon_ebook 978‐94‐6274‐914‐6 | digitaal boek | € 30,00

In zijn Rotterdamse oratie gaat Kid Schwarz in op de betekenis van het vennootschappelijk belang, dat wettelijk geldt als richtsnoer voor het functioneren van bestuur en toezichthouders binnen een nv en bv. De inhoud van het vennootschappelijk belang kreeg vorm in de jaren zestig van de vorige eeuw, maar blijkt – ook na ruime discussie in de literatuur en enige richtinggevende rechtspraak – nog steeds een fluïde begrip te vormen. Dit gegeven werpt de vraag op naar de bruikbaarheid van dit belang als toetssteen voor het management. In de oratie wordt een onderscheid gemaakt tussen kringen van belanghebbenden die een rol spelen bij de bestuurlijke definitie van het vennootschappelijk belang. In de categorisering van deelbelangen blijkt onderscheid te kunnen worden gemaakt in omvang van de mogelijkheden om bescherming van die belangen door het management af te dwingen. Het gaat hier om de slagkracht van organisatierechtelijk bij de vennootschap betrokkenen, waarbij met name wordt gedacht aan aandeelhouders, ten opzichte van de direct institutioneel bij de onderneming betrokkenen (contractspartijen) en indirect institutioneel betrokkenen. In deze laatste categorie gaat het om partijen die onvrijwillig worden geraakt door de activiteiten van de vennootschap. De omvang van de onderneming blijkt vervolgens een indicatie te kunnen vormen voor de manier van bestuurlijke weging van de betrokken deelbelangen bij de definitie van het vennootschappelijk belang.

Auteursinformatie

Kid Schwarz (1954) studeerde notarieel recht te Leiden (1978) en privaatrecht te Amsterdam (VU 1984). Hij promoveerde in Leiden op een dissertatie getiteld Blokkering van aandelen (1986) en werd benoemd tot Hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht (1987). Sinds 1 maart 2017 is hij op dezelfde positie werkzaam aan de Erasmus School of Law te Rotterdam. Hij is als partner verbonden aan Baker Tilly Berk en tevens actief als arbiter en mediator.