Bestel deze publicatie
annuleerbestel

Bescherming van bezit

Een rechtshistorische en leerstellige studie naar de wortels en de totstandkomingsgeschiedenis van de huidige regeling in art. 3:125 BW

Bescherming van bezit
  • Jaar van uitgave 2016
  • 568 pagina's
Auteur:H.H. Runia
Rubriek: Juridisch Algemeen
Icon_printbook 978‐94‐6290‐325‐8 | paperback | 1e druk | € 88,00
Icon_ebook 978‐94‐6274‐643‐5 | digitaal boek | € 62,99

Dit boek behandelt de regeling voor bescherming van bezit, zoals onze wetgever haar neerlegde in artikel 3:125 BW. Die regeling is nagenoeg ongewijzigd overgenomen uit Meijers’ Ontwerp voor een Nieuw Burgerlijk Wetboek. Zij roept vragen op ten aanzien van zowel het begrip ‘bezit’ als ten aanzien van de ‘bescherming’ ervan. Wat is bezit? En is de regeling ter bescherming van bezit geslaagd, verdient het aanbeveling om haar aan te passen, of kan zij zelfs als onnutte ballast overboord geworpen worden?

De beantwoording van bovenstaande vragen leidde tot de nodige meningsverschillen bij de totstandkoming van het wetboek. Ook nadien bleef consensus uit: de inhoud van het bezitsbegrip is nog steeds omstreden en hetzelfde geldt voor de wijze waarop het bezit en, in ruimere zin, het houderschap beschermd worden.

Deze studie stelt de beantwoording van twee vragen centraal:

1.Hoe kwam het bezitsbegrip van het BW tot stand en wat is zijn inhoud?
2. Op welke wijze is de regeling voor de bescherming ervan vormgegeven?

Het is bekend dat Meijers bij het opstellen van zijn voorschriften niet wenste te experimenteren, maar aansluiting zocht bij ‘de bezonken wijsheid van vele eeuwen’. Nu kan juist het leerstuk van bescherming van bezit bogen op een eeuwenoude geschiedenis, waarvan wij in de regeling van het huidige wetboek ook onmiskenbare sporen aantreffen.

Op basis van leerstellige rechtsvergelijking op historische grondslag worden in dit boek de door de ontwerper en wetgever gemaakte keuzes geduid en verklaard. Het uiteindelijke doel is het beoordelen van de vormgeving en de wenselijkheid van de huidige regeling voor bescherming van bezit.

Auteursinformatie

H.H. Runia is docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.